Logo Universiteit Utrecht

Onderzoekgids Geschiedenis

Bronnenkritiek

Als je relevant archiefmateriaal gevonden hebt, moet je zorgen dat je die bronnen ook ‘aan de praat’ krijgt. Door zogenoemde bronnenkritiek kan je de informatiewaarde van de bron vaststellen.

Er zijn twee soorten bronnenkritiek:

  1. Externe bronnenkritiek onderzoekt de echtheid van de bron (is het wel het échte dagboek van Hitler?). Daar krijgt de doorsnee-historicus doorgaans weinig mee te maken. Hieronder volgen een aantal verschillende benaderingen.
    • de tekstkritiek onderzoekt de inhoud van de oorspronkelijke tekst (als een bron een afschrift blijkt te zijn, probeert de historicus via onderzoek achter de oorspronkelijke bewoordingen te komen)
    • de oorsprongs- of echtheidskritiek houdt zich bezig met de vraag of de betreffende tekst wel in overeenstemming is met plaats, tijd en auteur zoals die in de tekst wordt beweerd.
    • de oorspronkelijkheids- of ontleningskritiek gaat om de vraag of de auteur de tekst zelf heeft geformuleerd, of zijn tekst van anderen heeft overgeschreven.
  2. Interne bronnenkritiek stelt de informatiewaarde van de inhoud van een bron vast, en is heel belangrijk voor iedere historicus. Bij elke bron zijn ontelbare vragen te stellen, hieronder volgen een aantal verschillende benaderingen.
    • Wat is de juiste betekenis van de mededeling (woorden) die in de bron is vervat? Wat wil de auteur precies zeggen? Begrijpen wij zijn uitdrukkingen, beeldspraken of stijlfiguren goed? Dit moet je je niet alleen afvragen bij zeventiende-eeuwse woorden, maar ook bij woorden die we nu nog steeds kennen, maar die wel een betekenisverandering hebben ondergaan (interpretatie- of verklaringskritiek). Een voorbeeld hiervan is het woord ‘soldaat’. Tegenwoordig is soldaat een rang in het leger, vroeger was een soldaat iedereen die sold of soldij ontving voor zijn of haar bewezen diensten. Soms denk je een woord te begrijpen, maar betekent het toch iets anders dan je dacht.
    • Kan de maker van de bron de feiten wel hebben gekend? Hoe en via welke tussenpersonen is de auteur aan de feiten gekomen die hij verhaalt? Hiervoor kan je kijken naar de biografie van de schrijver; kan hij de gebeurtenissen die hij beschrijft wel echt hebben meegemaakt? (gezagskritiek)
    • Hoe bekwaam is de auteur? Heeft hij voldoende kennis van zaken over hetgeen hij beschrijft? (bevoegdheidskritiek)
    • Wat waren de beweegredenen van de auteur van de bron? Met welk doel is de bron geschreven? Welke bedoeling gaat achter de bron schuil? Dus de positie van de auteur/bron en omstandigheden waaronder de bron tot stand kwam. Grandioze verkiezingsoverwinningen in een communistisch land moeten in het licht van dat regime bezien en geïnterpreteerd worden. (rechtzinnigheidskritiek)

Cijfermateriaal

  • Ook voor cijfermateriaal geldt dat je er zeer kritisch mee om moet gaan. Dit gaat zowel op voor al bestaand cijfermateriaal, als voor materiaal dat je eigen onderzoek heeft opgeleverd. Werken met cijfers is bovendien niet iets wat je ‘even doet’: verdiep je in statistiek als hulpwetenschap en raadpleeg eerst goede handboeken over het gebruik van cijfermateriaal.
  • Ga zeer zorgvuldig te werk bij het interpreteren en presenteren van eventueel cijfermateriaal. Pas bij cijfermateriaal altijd zowel externe als interne bronnenkritiek toe.

 Vorige  Volgende