Logo Universiteit Utrecht

Onderzoekgids Geschiedenis

Probleemstellingen

Voorbeeldprobleemstellingen

NB: In de praktijk zijn probleemstellingen vaak deels beschrijvend, deels verklarend en soms deels toetsend.

Beschrijvend (gegevens in kaart brengen):

‘Wat waren de motieven en werkwijzen van de hoofdredacteuren van het negentiende-eeuwse Biographisch Woordenboek der Nederlanden?’

‘Welke vorm en inhoud had de berichtgeving over vrouwenkiesrecht in Nederlandse opiniebladen en brochures in de periode 1860-1920?’

‘Hoe werd er in de Republiek gereageerd op Jonathan Swifts satirische en negatieve literatuur?’

Verklarend (uitleggen van een bepaald verschijnsel):

Wat waren de oorzaken/gevolgen van <een bepaalde gebeurtenis>?

Welke invloed had <een bepaalde persoon> op <een bepaalde gebeurtenis>?

‘Wat waren de oorzaken van het Aardappeloproer in 1917?’

‘Waarom zat de Franse koning Lodewijk Napoleon slechts vier jaar op de troon van het Koninkrijk Holland?’

‘Welke invloed had Gilles Schotel, een der hoofdredacteuren van het Biographisch Woordenboek der Nederlanden, op het proces van professionalisering van de Nederlandse geschiedschrijving in de tweede helft van de negentiende eeuw?’

‘Welke invloed hadden de Nederlandse filologen Nicolaas Heinsius en Isaac Vossius in de jaren 1649-1654 op de verwezenlijking van het wetenschappelijk ideaal van de Zweedse koningin Christina?’

Toetsend (een concreet voorbeeld aan een theorie toetsen)

‘Past het huwelijk tussen Johan van Oldenbarnevelt en Maria van Utrecht (1575) in de door Luuc Kooijmans in zijn werk Vriendschap en de kunst van het overleven geschetste theorie over huwelijkssluiting als het “beheer van het maatschappelijk vermogen”?’

Vergelijkend (tussen landen, periodes, fenomenen)

‘Komen de gevoelens van onrust over de maatschappelijke moraal in de burgerlijke kringen van het tijdschrift De Gids aan het eind van de negentiende eeuw overeen met het debat over sociale cohesie aan het eind van de twintigste eeuw, en waarom?’

Historiografisch (hoe een historische gebeurtenis in de loop van de tijd is beschreven en gewaardeerd)

‘Hoe is het verhaal over de martelaren van Gorcum in de achttiende en negentiende eeuw gewaardeerd in protestantse kringen?’

‘Hoe is de houding van de Nederlandse bevolking in de Tweede Wereldoorlog in de afgelopen vijftig jaar geïnterpreteerd en gewaardeerd?’

Statistisch (het vinden van een statistisch verband tussen twee of meer historische verschijnselen.)

Let wel: bij een statistische probleemstelling moet je goed weten hoe je je materiaal wilt onderzoeken en welke maatstaven je gebruikt. Het is uit den boze om tijdens het onderzoek die maatstaven te veranderen. Blijkt een bepaalde methode niet te werken, dan moet het onderzoek worden gestaakt, en naar een nieuwe onderzoeksmethode (en probleemstelling) worden gezocht. Om teleurstelling te voorkomen is het bij een statistische vraagstelling altijd het best eerst een vooronderzoek naar een representatief, maar beperkt gedeelte van materiaal te doen. Op grond van dat vooronderzoek wordt dan de probleemstelling geformuleerd.

‘Hoe lag de verhouding tussen het aantal vrouwen die werkzaam waren in enerzijds het Nederlandse, anderzijds het Engelse boekhandelsbedrijf in de 17e eeuw, ten opzichte van het aantal mannen in die beide landen, en wat zegt dit over de positie van vrouwen in respectievelijk de Nederlandse en Engelse boekhandel in die tijd?’

Te vermijden vraagstellingen:

  • wat was er gebeurd als….. ? (daar kom je dus nooit achter)
  • wie was…..? (dat wordt een biografie zonder punt of analyse)
  • wat moeten we vinden van…? (een streven naar consensus dat toch nooit wordt bereikt. Bovendien is het een bijzonder inconcrete vraag)

Volgende