Logo Universiteit Utrecht

Onderzoekgids Geschiedenis

Presentatietechniek

  • Begin voorbereid en rustig en zorg dat je op tijd bent. Controleer je eventuele technische hulpmiddelen vooraf. Ook kan het geen kwaad van tevoren even naar het toilet te gaan en te controleren of je kleding in orde is.
  • Denk na over het moment waarop je de hand-out uitdeelt mits je daarvan gebruik maakt: het publiek is geneigd een ontvangen hand-out meteen (helemaal) te gaan lezen, en luistert dus niet meer naar wat je te zeggen hebt. Zeg bij het uitdelen wanneer de informatie uit de hand-out aan de orde komt, of kondig aan dat het publiek achteraf een hand-out zal ontvangen met de belangrijkste punten. Dan is het publiek gerustgesteld dat het niets zal missen, en kan het alle aandacht richten op jouw verhaal.
  • Neem een comfortabele en duidelijke positie in (ga bij voorkeur staan) en kijk je publiek aan. Let op je houding (geen handen in je zakken etc.). Als je opziet tegen het publiek, zorg er dan voor dat je om handen hebt (bijvoorbeeld met één hand de lessenaar of tafel vasthouden).
  • Lees nooit voor, maar presenteer het verhaal ‘vrij’ (zie voorbereiding). Zorg ervoor dat het verhaal er zo goed in zit dat je goed uit je woorden kunt komen zonder al teveel te hoeven voorlezen. De schriftelijke voorbereiding houd je voor jezelf achter de hand, daar kan je altijd op terugvallen.
  • Praat niet te snel en articuleer duidelijk. Kijk niet naar de grond of het plafond maar naar je publiek. Soms helpt het om een rustpunt voor je blik te kiezen, iets boven de gezichten van je toehoorders.
  • Onthoud goed hoeveel tijd je tot je beschikking hebt en ga daar niet overheen. Anders denkt het publiek aan het eind van je presentatie alleen dat het zo lang duurde, in plaats van aan de kern van het verhaal.
  • Wees spaarzaam met citaten: mensen verliezen hierbij snel hun aandacht. Wanneer je ze wel wilt gebruiken, kies dan voor korte citaten en tekstfragmenten die (een deel van) je verhaal mooi en treffend illustreren. Kondig altijd aan dat je gaat citeren. Vertaal citaten uit vreemde talen of zorg dat je ze duidelijk verstaanbaar kunt overbrengen.
  • Wees ook spaarzaam met jaartallen. Maak bij jaartallen expliciet waarom je ze gebruikt: ‘In 1869, dus pas veertig jaar later… etc.’.
  • Leg ingewikkelde begrippen uit, gebruik daarvoor bijvoorbeeld de etymologische verklaring of gebruik synoniemen.
  • Humor werkt goed in presentaties. Je verhaal moet in de kern echter serieus en wetenschappelijk blijven. Wees daarom nooit (te) laconiek, cynisch of onverschillig over je onderwerp, want dat keert zich meestal tegen je: als de spreker het al niet zo belangrijk vindt, waarom moet het publiek er dan mee lastiggevallen worden?
  • Creëer een aantal rustmomenten in je presentatie. Bijvoorbeeld door even een adempauze in te lassen of dia’s te verwisselen. Bouw je betoog langzaam op. Schroom niet om je toehoorders af en toe opnieuw te vertellen waarom hetgeen dat je vertelt relevant en interessant is.
  • Houd er rekening mee dat er vragen kunnen komen. Bedenk ook van te voren wat deze zouden kunnen zijn en welk antwoord je erop wilt geven. Antwoord zo volledig mogelijk zonder onnodig uit te weiden.
  • Eventueel kan er afgesloten worden met een stelling of een discussievraag.

 Vorige  Volgende