Logo Universiteit Utrecht

Onderzoekgids Geschiedenis

Het notenapparaat

Prof. dr. Jacco Pekelder is onderzoeker en universitair docent aan de Universiteit Utrecht. In het bovenstaande filmpje vertelt hij over het notenapparaat.

Noten zijn verwijzingen in de tekst naar verdere informatie. Ze zijn meestal genummerd, maar soms worden ook symbolen gebruikt. Meestal gaat het om verwijzende noten die de lezer informatie geven over de gebruikte literatuur of bronnen. Deze noten geven de lezer de mogelijkheid om de gepresenteerde feiten en meningen te controleren. Er zijn ook explicatieve noten. Die bieden extra informatie die niet helemaal bij het betoog past. Probeer deze soort zo min mogelijk te gebruiken. Met informatie die voor het betoog niet belangrijk is, moet je de lezer eigenlijk niet lastigvallen.

Het belangrijkste van annoteren (verwijzingen maken met noten) is dat het volledig, consequent en foutloos gebeurt. Slordige annotatie maakt je betoog oncontroleerbaar, ongeloofwaardig en daardoor onbruikbaar. Bovendien, als het niet duidelijk is waar en wanneer je de mening van iemand anders gebruikt, maak je jezelf (per ongeluk of expres) schuldig aan plagiaat.

Als je de richtlijnen van de Onderzoekgids volgt, creëer je een volledig en consequent notenapparaat. Het is een systeem dat goed kan omgaan met verwijzingen naar zowel literatuur als archiefbronnen. Om die reden gebruiken veel historici en geesteswetenschappers deze notatiestijl. Zo ook de opleiding Geschiedenis van de Universiteit Utrecht. In Nederland geeft Tijdschrift voor Geschiedenis het goede voorbeeld, internationaal is de Chicago manual of style toonaangevend.

Buiten de Utrechtse opleiding mag je natuurlijk een ander systeem hanteren. Er zijn immers geen universele regels voor het annoteren. Elk tijdschrift en elke opleiding hebben eigen afspraken. Iedere wetenschappelijke discipline heeft zijn eigen stijl die ook nog eens per land verschilt. Maar het achterliggende principe van controleerbaarheid is en blijft hetzelfde.

Wanneer gebruik je noten?

  • Bij citaten en parafrases.
  • Bij informatie die niet algemeen bekend is.
  • Bij informatie die de lezer waarschijnlijk wil natrekken.

Waar staan noten in de tekst?

  • Nootnummers (of -symbolen) staan in de tekst direct na een woord of citaat dat of alinea die een verwijzing behoeft.
  • De nummering van noten loopt bij artikelen en werkstukken door. Bij boeken begint ze met elk hoofdstuk opnieuw.
  • Noten verschijnen onderaan de pagina als voetnoot of aan het eind van je scriptie als eindnoot.

Wat staat er in een noot?

In een noot staan alle benodigde gegevens over een informatiebron die nodig zijn om die bron zelf en de daarin vermelde informatie terug te vinden. De manier waarop je die gegevens over de informatiebron vermeld, is wat volgorde, layout en eventuele afkortingen betreft gestandaardiseerd. Zie daarvoor de annotatierichtlijnen.
Onderdelen die in een noot aan bod komen zijn:

  • Auteur: volledige naam van de auteur(s) of redacteur(s), of, bij gebrek daaraan, de naam van een instantie die voor de uitgave verantwoordelijk is.
  • Titel: volledige titel, inclusief een eventuele ondertitel.
  • Redacteur(s), samensteller(s) of vertaler(s): naam of namen, indien op de titelpagina vermeld.
  • Druk/editie: alleen vermelden als het niet de eerste druk betreft (bijvoorbeeld: tweede druk) en ook of het een herziene druk is (bijvoorbeeld: derde herz. druk).
  • Serietitel: vermelding als er sprake is van een serie.
  • Uitgavegegevens: plaats, uitgever (wordt in Nederland vaak weggelaten), jaar.
  • Paginanummer(s): indien van toepassing.
  • Elektronische publicaties: vermelding van URL (uniform resource locator, het internetadres) of DOI (digital object identifier) bij online gebruikte publicaties; beschrijving van het medium in andere gevallen (DVD, CD-ROM etc.).

Hoe maak je een verwijzing?

Om te beginnen maak je onderscheid tussen publicaties en alle andere informatiebronnen die er zijn, zoals archiefstukken, foto’s, interviews et cetera. Publicaties zijn er in vele soorten en maten, maar voor alle vormen is eigenlijk al een standaardmanier voor de notatie bedacht. Bronnen zijn er in oneindige variatie, wat de standaardnotatie bemoeilijkt. Vaak hebben archieven zelf al een aanbevolen notatiewijze bedacht die je kan volgen. Die staan dan vaak op hun website.

Waar staan de gegevens die je nodig hebt?

Kijk bij een boek, bundel of bronnenuitgave niet op de buitenkant maar juist binnenin. Het gaat om de titelpagina (in Engelstalige boeken vaak pagina iii) en de copyrightpagina die daar meestal op volgt. Daar staan de gegevens die je nodig hebt. Ook tijdschriften en dergelijke hebben vaak een titelpagina. Ontleen de titel van een artikel aan de eerste pagina van het stuk zelf en niet aan de inhoudsopgave van een tijdschrift of bundel.

Je gebruikt precies de informatie die op de titelpagina van het boek of boven het artikel staat. Het maakt niet uit of de spelling ouderwets is of afwijkt van de voorkeurspelling. Bijvoorbeeld staat in een Engelse titel ‘Gorbachev’ terwijl wij in het Nederlands normaal gesproken ‘Gorbatsjov’ schrijven. In de titelbeschrijving houden we toch de Engelse versie aan. Anders is de publicatie waarnaar we verwijzen immers niet meer te vinden.

Voor auteursnamen geldt ook: overnemen wat op het titelblad staat. Als daar bij de auteur de hele voornaam vermeld wordt, kort die dan niet af tot een voorletter. Een auteur heeft soms onverwachte voorletters. Als je zelf een afkorting verzint kan er verwarring of verwisseling ontstaan. Neem bijvoorbeeld de historicus Kees Ribbens, wiens officiële voorletters C.R. zijn en dus niet K.

Voor titels in vreemde talen gelden een paar bijzonderheden:

  • Titels in het Engels, Duits of Frans worden gewoon overgenomen. Bij titels in andere vreemde talen is een vertaling tussen haken achter de originele titel behulpzaam.
  • Hoofdletters plaatsen we alleen waar we die normaal in het Nederlands verwachten. Dat betekent dat vooral in Engelse titels veel hoofdletters in kleine letters veranderen. Let op: in Duitse titels houden de zelfstandige naamwoorden hun hoofdletter.

Titels van boeken en tijdschriften worden cursief gedrukt. Tussen hoofdtitel en ondertitel zetten we een punt, ook als er in het origineel een dubbele punt staat. Titels van artikelen, nota’s en andere niet zelfstandige publicaties zet je tussen enkele aanhalingstekens.

Je wil een verwijzing naar een publicatie maken?

De beginvraag is welke soort publicatie je in handen (of op scherm bij een elektronische publicatie) hebt:

  • Boek met auteur (ook wel monografie geheten).
  • Boek met twee of meer gelijkwaardige auteurs.
  • Boek met één of meer redacteurs en auteurs.
  • Artikel (van één of meer auteurs) in een bundel met redacteurs.
  • Artikel in een wetenschappelijk tijdschrift.
  • Artikel in een dag-, week-, maand-, kwartaalblad of ander persorgaan.
  • Artikel op website.
  • Bronnenuitgave.
  • Bron in een bronnenuitgave.
  • Boek, bundel, bronnenuitgave in een serie.
  • Et cetera.

>> Zie voor de uitwerking per publicatie de annotatierichtlijnen.

 Vorige  Volgende